28 maart 2026
Daens is een Vlaamse filmklassieker uit 1992, geregisseerd door Stijn Coninx, met Jan Decleir in de hoofdrol. Daens speelt zich af in het 19de eeuwse Aalst en toont het harde leven en de sociale strijd van de arbeiders in de textielfabrieken.
Alhoewel de film zich afspeelt in Vlaanderen, geeft die meteen ook een goed beeld van de leef- en arbeidsomstandigheden in die tijd in Wallonië. In het CTLM te Verviers valt het ons telkens weer op hoe dikwijls bezoekers spontaan terugdenken aan de film als ze door het WOL parcours lopen. De gevolgen van de industriële revolutie voor de arbeidersklasse lieten zich niet anders voelen in Wallonië dan in Vlaanderen.
De film werd bij zijn vrijgave in 1992 een groot kassucces in ons land. Dat succes beperkte zich niet alleen tot Vlaanderen, maar trok zich ook door tot in Wallonië.
Daar droeg de film zelfs bij tot een beter begrip van de strijd die Vlaanderen voerde voor zijn culturele emancipatie. De Vlaamse bourgeoisie was in die tijd bijna uitsluitend franstalig, en had daardoor nog minder dan in Wallonië, contact met en begrip voor de werkende klasse. De Franse taal was in Vlaanderen een barrière die een belangrijk symbool werd voor het onrecht dat de arbeiders aangedaan werd. De film toont Daens in 1894 in het parlement waar hij verkozen werd voor de Aalsterse sociaal-christelijke partij die hij oprichtte als concurrent voor de katholieke partij. Die werd in Aalst geleid door de franstalige Charles Woeste. Daens houdt zijn eerste toespraak in het Frans, gericht tegen Woeste, want die "is nog altijd niet voldoende gevorderd in zijn kennis van de Vlaamse taal." Daens klaagt hiermee het misprijzen aan voor de arbeiders, en tegelijk het misprijzen van de Vlaamse cultuur.
Tegelijk krijgt ook de Vlaamse kerk een ferme veeg uit de pan. De manier waarop die zich mengde in de politiek kon alleen maar misprijzen opwekken.
Al bij al heeft de film Daens in Wallonië bij menige bioscoopbezoeker bijgedragen tot een beter inzicht van hoe en waarom Vlaanderen zijn culturele emancipatie bevochten heeft. Tegelijkertijd begrijpt de Waal ook beter hoe België geworden is tot wat het vandaag is.
Als film is Daens toch wel een belangrijk historisch document.
Dat zal ook wel de reden zijn waarom de film in maart 2026 opnieuw in een grondig gerestaureerde versie re-released werd in de zalen.
Enkele quotes over de nieuwe release:
- "Het resultaat is een intense kijkervaring die de emotionele kracht en historische relevantie van Daens vandaag meer dan ooit onderstreept"
- "Met deze re-release wordt niet alleen hulde gebracht aan een meesterwerk uit de Belgische filmgeschiedenis, maar ook aan de blijvende actualiteit van zijn thema's: sociale strijd, engagement en menselijke waardigheid."
De film Daens is ook te bekijken op sommige streaming platformen, zelfs op auvio.rtbf.be in een betalende versie.
Wist je trouwens dat de film bij zijn vrijgave in 1992 ook genomineerd werd voor een Oscar als "beste buitenlandse film"? Daens kreeg de Oscar niet, maar wist met die nominatie indertijd toch heel wat internationale aandacht te krijgen.
En voor wie al die wierook over een Vlaamse film nog niet genoeg is, weet dan dat de film gebaseerd is op een boek van Louis Paul Boon, een van Vlaanderen's grootste schrijvers die vanuit zijn onbeduidend Aalst een internationale reputatie wist op te bouwen.
"PIETER DAENS, of hoe in de 19de eeuw de arbeiders van Aalst vochten tegen armoede en onrecht" verscheen in 1971. Het is een turf van 661 pagina's, het resultaat van 5 jaren opzoekingswerk dat resulteerde in 1600 pagina's nota's. Het boek werd in 1972 bekroond met de Driejaarlijkse staatsprijs voor verhalend proza en met de Multatuliprijs. Boon ontving er ook de Literaire prijs van de stad Aalst en de Achilles van Ackerprijs voor.
Niets in het boek is fictie. Dat is wel het geval in de film waarin enkele nieuwe figuren zoals Nette en Jan toegevoegd werden om het geheel wat emotioneler te maken.
23 maart 2026
Wie weet wat ijsharen zijn? Of misschien ken je ze onder de meer poëtische benaming "de Baard van Koning Winter" ... Je moet wat geluk hebben om ze te spotten, want je krijgt ze alleen maar te zien onder de juiste omstandigheden, en die doen zich niet al te dikwijls voor.
Maar waarom een bijdrage over ijsharen in deze blog? Het antwoord is simpel. Toen ik een foto toonde aan iemand die in het CTLM werkt, reageerde die onmiddellijk "Oooh, wat mooi! Kunstwerkjes met plukjes wol? Alhoewel, voor wolvezels zijn ze toch wat te lang. Zijde misschien?" Voilà, de link met wol, en dus ook met het CTLM was meteen gelegd. Het antwoord was fout, maar voor wie niet weet dat het over ijs gaat is het inderdaad niet zo ver gezocht om aan wol, zijde of andere textielvezels / draden te denken.
De kunstwerkjes die je ziet zijn een puur natuurfenomeen. Ik kopieer hier even de uitleg die te vinden is op de Wikipedia pagina over IJSHAAR:
Het is een haarachtige, wollige ijsstructuur die ontstaat op dode, natte takjes van loofbomen. De ijsharen zijn naar buiten geperst water dat bevriest bij vorst. Je vindt ijshaar dus alleen in de winter, maar ook dan alleen maar als de luchttemperatuur net onder het vriespunt ligt.
In het hout komen schimmels voor en bij de stofwisseling van deze schimmels komt onder andere water vrij dat door zeer kleine openingen in het hout (houtstralen) naar buiten wordt geperst. Het naar buiten geperste water bevriest tot een haarachtige structuur. Een hoge luchtvochtigheid is noodzakelijk voor de succesvolle vorming van ijshaar zodat het naar buiten geperste water niet kan verdampen en voor bevriezing beschikbaar blijft. Zolang de schimmels water blijven produceren en de klimatologische omstandigheden gunstig blijven, kan ijshaar aan blijven groeien. Als de luchttemperatuur te laag wordt, daalt de stofwisseling van de schimmels tot zo'n laag niveau dat er onvoldoende water geproduceerd wordt. De schimmel die voorkwam in het hout van alle proeven was het rozeblauwig waskorstje.
IJshaar is zeer teer en smelt bij aanraking direct weg. In zonlicht zal het snel sublimeren en verdwijnen. IJshaar is daarom alleen 's morgens vroeg of op schaduwrijke plaatsen te vinden.
( wie meer uitleg wil over de wetenschappelijke termen in dit artikel kan terecht op https://nl.wikipedia.org/wiki/IJshaar )
Samenvattend betekent dit dat je de "Baard van Koning Winter" alleen maar te zien krijgt in de winter, en dan nog enkel in periodes van lange vochtigheid (de dode takjes moeten door en door nat zijn, maar niet bevroren), wanneer de temperatuur zakt tot net onder het vriespunt. Als het te hard en/of te lang vriest, dan krijg je geen ijshaar te zien. Omdat een kortstondige lichte vriestemperatuur meestal slechts 's nachts en tegen de ochtend ontstaat, moet je er ook al redelijk vroeg op de dag bij zijn en hopen dat de zon de kunstwerkjes nog niet gevonden heeft.
En als het je niet lukt om echt ijshaar te vinden, dan kan je nog altijd proberen om die virtuoze kunstwerkjes na te bootsen met een takje en een plukje wol. Veel plezier ermee!

Laatst verschenen:
De film Daens om Verviers beter te begrijpen

28 maart 2026
Daens is een Vlaamse filmklassieker uit 1992, geregisseerd door Stijn Coninx, met Jan Decleir in de hoofdrol. Daens speelt zich af in het 19de eeuwse Aalst en toont het harde leven en de sociale strijd van de arbeiders in de textielfabrieken.
Recent verschenen:
IJsharen?
23 maart 2026
Wie weet wat ijsharen zijn? Of misschien ken je ze onder de meer poëtische benaming "de Baard van Koning Winter" ... Je moet wat geluk hebben om ze te spotten, want je krijgt ze alleen maar te zien onder de juiste omstandigheden, en die doen zich niet al te dikwijls voor.
Een onverwacht gevolg van onze industriële geschiedenis

5 december 2025
Toen Verviers nog een wereldcentrum van de wolindustrie was, kwamen grote hoeveelheden uitheemse plantenzaden terecht in de Vesder. Ze kwamen mee met de wol, eerst uit het zuiden van Spanje, daarna uit andere werelddelen zoals Australië en Latijns-Amerika.
Logo en motto van de stad Verviers

20 november 2025
Weinigen zullen ooit stilgestaan hebben bij het logo en het motto van de stad Verviers. Toch zit er heel wat betekenis achter, zowel over verleden, heden als toekomst.
Heropening van het gerenoveerde WOL Parcours

14 oktober 2024
Sinds 12 oktober 2024 pakt het WOL Parcours in het Centrum Wol & Mode in Verviers uit met een nieuwe frisse look.
Met dendrochronologie leeftijd textielmachines bepalen (1)

9 september 2024
In Verviers wordt met spanning uitgekeken naar de resultaten van een onderzoek dat de link tussen Cockerill en een aantal historische textielmachines zou moeten bevestigen.
Nog oudere blog artikels:
Geen
5 december 2025
Toen Verviers nog een wereldcentrum van de wolindustrie was, kwamen grote hoeveelheden uitheemse plantenzaden terecht in de Vesder. Ze kwamen mee met de wol, eerst uit het zuiden van Spanje, daarna uit andere werelddelen zoals Australië en Latijns-Amerika.
De wol die toekwam in de textielfabrieken van Verviers en andere plaatsen langs de Vesder rivier, diende na sortering eerst en vooral gewassen te worden. De wol kwam immers rechtstreeks van de schapen en was dus erg bevuild. Naast dierlijke onzuiverheden (zoals uitwerpselen, insecten, enz.) bevatte de wol vooral ook plantenresten en -zaden. Voor het wassen gebruikte men het water van de Vesder zodat al die onzuiverheden uiteindelijk in de rivier terecht kwamen. Een deel kwam al vlug vast te zitten in de rivierbedding en de oevers, maar heel wat zaden werden door de stroming meegevoerd en vonden pas heel wat verder een plaatsje. Bij Liège mondt de Vesder uit in de Ourthe die kort daarna terecht komt in de Maas. Die vervolgt dan zijn weg door Belgisch Limburg en vervolgens Nederlands Limburg. Langsheen gans dat traject werden regelmatig plantenzaden aangetroffen die afkomstig waren van de wolindustrie in de Vesdervallei.
De wolindustrie in Verviers en de Vesdervallei zorgde al van vroeg in de 19de eeuw voor de verspreiding van uitheemse zaadsoorten. Men kan rustig stellen dat de oevers van de Vesdervallei zoniet de eerste, dan toch een van de eerste plaatsen waren die te maken hadden met uitheemse planten. Er werden enkele honderden soorten gedocumenteerd waarvan de meeste afkomstig waren uit het zuidelijk halfrond, meer bepaald uit de streken en landen waar de schapenwol vandaan kwam. Wanneer de oevers aan het einde van de zomer opdroogden en het warm was, ontkiemden heel wat van die zaden en trof men allerlei planten aan die niet in onze streken thuishoorden. Dat duurde zo tot in de tweede helft van de 20ste eeuw, toen er maatregelen kwamen waardoor afvalwater niet meer onbehandeld geloosd mocht worden. Toevallig was dat ook de tijd dat de wolindustrie in onze streken snel achteruitging en zelfs bijna volledig verdween. Het resultaat is dat die exotische planten al zeker de laatste 50 jaar bijna niet meer waargenomen werden.
Daar moet aan toegevoegd worden dat die planten het niet makkelijk hadden om zich hier te ontwikkelen. Ze kwamen uit een veel warmer en droger klimaat en vaak bereikte hun groei zelfs niet eens het voortplantingsstadium. Van de vele honderden zaadsoorten die toen aangevoerd werden heeft voor zover men weet slechts één soort zich permanent in onze streken weten te vestigen, de Zuid-Afrikaanse Senecio inaequidens (bezemkruiskruid). 
Maar zaden staan ervoor bekend dat sommige soorten erg lang kunnen overleven zonder te ontkiemen. Velen verliezen al na enkele jaren hun kiemkracht, maar in de juiste omstandigheden zijn er die tientallen jaren tot verschillende eeuwen kunnen overleven. Dat blijkt ook het geval te zijn met een vijftigtal van de honderden soorten die in de Vesdervallei gedocumenteerd werden.
Vanaf 2008 werden langs de Maas heel wat infrastructuurwerken uitgevoerd om de rivier beter te beschermen, natuurontwikkeling te bevorderen en aan zand- en grindwinning te doen, zowel aan Nederlandse als aan Belgische kant. Daarbij werd de rivierbedding aanzienlijk verbreed, en veranderden vroegere akkers en weilanden in grind- en zandrijke oevers. Grote hoeveelheden zaden die decennialang begraven lagen kregen plots de kans om te ontkiemen, en daar waren ook de soorten bij die indertijd vanuit de Vesder hun weg vonden naar de Maas tot diep in Nederland.
Ook in de Vesder kreeg men te maken met een gelijkaardig fenomeen. Daar was dat echter een gevolg van de noodlottige overstromingen in 2021. In de daaropvolgende jaren dienden de erg beschadigde en zelfs weggespoelde oevers hersteld te worden, en ook daar kreeg men plots opnieuw de uitheemse plantensoorten te zien die destijds met de wol aangevoerd werden.
Of hoe een stuk industrieel verleden na een halve eeuw plots weer even de kop opstak, al was het dan door een ongewenst neveneffect, de heropleving van de uitheemse zaadsoorten.
20 november 2025
Weinigen zullen ooit stilgestaan hebben bij het logo en het motto van de stad Verviers. Toch zit er heel wat betekenis achter, zowel over verleden, heden als toekomst.
Logo en motto dateren van eind 2016, en kwamen er ter vervanging van het oude wapenschild en de slogan "Vert et vieux" (Groen en oud). De stad had nood aan een modern en begeesterend imago, en dat was met de ouderwetse slogan duidelijk niet mogelijk.
In het linkerdeel van het nieuwe logo kan je zowel golven zien (Verviers is ook Stad van het Water), als plukken wol die met elkaar "verweven" zijn (Verviers was een wereldcentrum van de wolindustrie). Het is een oproep aan de bevolking om samen te leven en overeen te komen.
Niet toevallig komt het woord "weven" ook voor in het motto, "L'avenir se tisse" (de toekomst wordt geweven). Het is een mooie verwijzing naar het wolverleden van de stad, dat blijkbaar ook vandaag nog altijd bruikbaar is, al is het maar symbolisch als een techniek die vele draden samenvoegt tot één geheel. Geef toe, met zo'n logo en motto kan een Centrum Wol & Mode niet ontbreken in de stad.
Een voorbeeld van de manier waarop het nieuwe logo zich creatief laat gebruiken vind je in bijgaande afbeelding van een bekende specialiteit van Verviers, de Tarte au Riz de Verviers.


